In dit hoofdstuk gaan we nader in op de werkwijze die we hanteren wanneer er beslissingen m.b.t. de kinderen moeten worden genomen. Dat kan zijn op grond van de resultaten van de toetsen van het leerlingvolgsysteem, maar ook wanneer een school voor voortgezet onderwijs moet worden gekozen. Ook geven we in dit hoofdstuk aandacht aan de resultaten van ons onderwijs.
Soms kan het gebeuren dat de observaties van de leerkrachten, de resultaten van toetsen, het gedrag van het kind of de prestaties in de klas aanleiding geven om extra maatregelen te nemen. Wellicht dat uw kind dan extra begeleiding nodig heeft. In overleg met de interne begeleiders, de leerkracht en soms de logopediste wordt speciale leerstof en taken uitgezocht. Ook kan de hulp ingeroepen worden van een deskundige uit het samenwerkingsverband (8.4). We spreken dan van externe ondersteuning.. Er wordt dan een handelingsplan opgesteld, waarin alle extra activiteiten en de gemaakte afspraken vermeld staan. De extra begeleiding kan buiten de eigen groep worden gegeven, maar de inzichten op dit gebied veranderen voortdurend.
De laatste jaren is landelijk het beleid dat de zorg vooral in de groep wordt verleend. Aan de hand van het handelingsplan werkt de groepsleerkracht met het kind dat zorg nodig heeft. Dit vraagt van de groepsleerkracht veel inventiviteit en een goede groepsorganisatie. In de periodieke leerlingbesprekingen worden de resultaten van deze extra begeleiding besproken en zonodig bijgesteld.
Daarnaast hebben wij als school iemand beschikbaar die ook kinderen extra zorg kan geven in het lesprogramma. Beppie van Schellen vervult deze taak en is daarvoor drie ochtenden in de week beschikbaar. Zij is overigens volledig bevoegd als groepsleerkracht.
Het bovenstaande gebeurt natuurlijk na goed overleg met de ouders, maar ook in het verdere traject wordt steeds met de ouders bekeken hoe het gaat
Ten behoeve van de extra begeleiding van kinderen beschikt onze school over verschillende ruimtes, die gebruikt worden voor de zorg aan kinderen. Het is een rustige plek waar rustig met (een groepje) kinderen kan worden gewerkt. Het is tevens de werkplek van de Interne Begeleiders. Daarnaast wordt de personeelsruimte ook gebruikt. In de tussengang bevindt zich onze orthotheek. Daarin staan alle materialen die nodig zijn bij de extra zorg aan leerlingen. Wij streven ernaar dat het binnen school rustig is, zodat ook andere ruimtes ingezet kunnen worden.
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra zorg onvoldoende effect heeft. We nemen dan, uiteraard in samenspraak met de ouders, het besluit om een groep een jaar over te doen. Jaarlijks gebeurt dat met enkele kinderen. Het gebeurt vooral als een kind op alle punten, ook sociaal en emotioneel, achter blijft bij de meeste groepsgenootjes. Doel van het zittenblijven is dat het kind daarna de basisschool gewoon kan afmaken.
Het komt ook voor dat de extra begeleiding onvoldoende helpt en dat we verwachten dat een jaar overdoen ook niet helpt. In deze situaties maken we de afspraak, na overleg met deskundigen, dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. We noemen dat de 'tweede leerweg'. Het haalt dan op dat gebied niet het eindniveau van de basisschool. Ook dit gebeurt in nauw overleg met de ouders.
Het kan ook voor komen dat het juist heel goed gaat met een kind en dat blijkt dat een kind meer stof nodig heeft. Ook dan wordt een „tweede” leerweg ontwikkeld, waarbij moeilijker stof wordt aangeboden dan de andere kinderen doen.
Soms verwijzen we een kind naar een school voor speciaal basisonderwijs. Aan zo'n verwijzing is een heel proces voorafgegaan. Eerst hebben we dan zelf hulp geboden. Wanneer dit onvoldoende effect heeft roepen we de hulp in van de Schoolbegeleidingsdienst of de school voor speciaal basisonderwijs 'De Brug' te Zwolle waarmee we, zoals bijna alle basisscholen in Wezep, in een samenwerkingsverband zitten. Een medewerker van de schoolbegeleidingsdienst of van 'De Brug' neemt dan een uitgebreide test af. Aan de hand van de test wordt besproken wat voor het kind de beste mogelijkheden zijn op de Oranjeschool of dat een verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs meer voor de hand ligt. Wanneer het kind op de Oranjeschool blijft, is het meestal noodzakelijk het lesprogramma aan te passen. We worden hierin begeleid door een medewerker van „De Brug”, de schoolbegeleidingsdienst of een andere instelling. We spreken in dat geval van ambulante begeleiding.
De gang van zaken rond zo'n proces wordt nauwkeurig gevolgd door de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) van het samenwerkingsverband. Basisscholen kunnen nooit op eigen houtje een verwijzing doen. Vanzelfsprekend is voor dit hele proces de toestemming van de ouders noodzakelijk. Zonder uw toestemming gebeurt dit nooit.
U kwam hem al eerder tegen: de permanente commissie leerlingenzorg. Deze commissie, werkend binnen het Samenwerkingsverband 'De Brug' vervult een belangrijke rol m.b.t. de zorg die aan kinderen wordt verleend. Wanneer wij er niet meer 'uitkomen' met een kind wordt, na overleg en alleen met toestemming van de ouders, het kind volgens een vaste procedure bij de commissie aangemeld. De commissie adviseert vervolgens de ouders en ons over de verder te ondernemen stappen. De commissie bewaakt ook het traject dat gevolgd wordt, en kan uiteindelijk een plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs adviseren. Toelating tot een dergelijke school kan nooit zonder toestemming van de commissie. Overigens kan de commissie ook adviseren een andere basisschool te kiezen.
Wanneer u zelf een plaatsing op een school voor Speciaal Basisonderwijs wenst en de commissie besluit tot een afwijzing, is er sprake van een probleem. In deze gevallen kunt u zich wenden tot de Regionale Verwijzings Commissie waarbij u in beroep kunt gaan. De uitspraak van deze commissie is bindend.
Het is voor ouders ook mogelijk zonder tussenkomst van de basisschool hun kind aan te melden bij de commissie leerlingenzorg. In het hoofdstuk 'De school en de adressen' kunt u lezen hoe u in contact met de commissie kan treden.
Op 1 augustus 2003 ging de wet van de leerlinggebonden financiering in.
Dit betekent dat ouders / verzorgers van een zoon of dochter met een handicap, de keus kunnen maken om hun zoon of dochter aan te melden bij een reguliere basisschool (zoals de Oranjeschool) of een speciale basisschool en geen gebruik maken van de school voor Speciaal Onderwijs vallende onder de Wet op de Expertise Centra.
In principe staat onze school positief tegenover het gedachtegoed van integratie van kinderen met handicap in het regulier onderwijs. Onze school moet echter wel in staat zijn om de zorg die deze groep leerlingen vraagt, te kunnen bieden en wij weten dat wij dat niet in alle gevallen adequaat kunnen. Om in dergelijke situaties te komen tot een zorgvuldige afweging, die recht doet aan de leerling, u als ouders en de school hebben wij een protocol opgesteld, waarin de procedure van plaatsing en de toetsing daarvan beschreven is.
Wanneer u als ouders overweegt uw zoon of dochter, die een indicatie heeft voor leerling gebonden financiering aan te melden voor onze school kunt u dit protocol opvragen bij de directie van de school.
Inmiddels zijn aan onze school twee onderwijsassistenten verbonden, die enkele kinderen begeleiden, die aanspraak kunnen maken op het LGF-budget.
Op dit gebied verandert wel het één en ander. Dat heeft ook consequenties voor de hele leerlingenzorg. Veel is nog onduidelijk. Wel is bekend dat volgend jaar het LGF verdwijnt.
Het komt gelukkig ook voor dat kinderen uit het speciaal basisonderwijs weer worden teruggeplaatst naar de 'gewone' basisschool! Het streven van de overheid is immers alleen dié kinderen op het speciaal basisonderwijs te plaatsen en te houden die niet op een 'gewone' basisschool terecht kunnen. Een terugplaatsing gebeurt in nauw overleg met de ouders en wordt begeleid door de school die de kinderen terugplaatst, meestal 'De Brug' uit Zwolle.
In het zorgplan van het Samenwerkingsverband 'De Brug' staan de afspraken beschreven die de scholen met elkaar hebben gemaakt om er voor te zorgen dat zo min mogelijk kinderen naar een school voor speciaal basisonderwijs worden verwezen. Iedere school, dus ook de onze, is voor het nakomen van deze afspraken verantwoordelijk en dient haar beleid dus af te stemmen op het zorgplan. Op onze school heeft dat concreet geleid tot de volgende activiteiten:
ambulante begeleiding (8.4)
omgaan met verschillen (6, 8.1, 8.2, 8.3 en 8.4)
het gebruik van een leerlingvolgsysteem (7.1)
interne begeleidingsstructuur (7.1)
collegiale consultatie (8.1)
nascholing (2.7)
inrichting van een orthotheek (8.1)
deelname aan netwerken en werkgroepen (7.4)
contacten met jeugdhulpverlening (8.4)
overleg met de permanente commissie leerlingenzorg (8.5)
Inmiddels is ook een zorgplan voor onze school ontwikkeld. Dit zal in deze schoolperiode worden vastgesteld.
Een keer breekt het moment aan dat uw zoon of dochter de overstap naar het voortgezet onderwijs moet maken. Wij vinden het onze taak u daarin behulpzaam te zijn. Daarom organiseren wij een voorlichtingsavond waar we aandacht schenken aan het Schooleindonderzoek, dat wij vanaf dit schooljaar hanteren als eindtoets, én u informatie verschaffen over het voortgezet onderwijs. Ook tijdens de eerste spreekavond in groep 8 en eventueel op huisbezoek ontvangt u een voorlopig advies van de leerkracht. Na ontvangst van de uitslag van het Schooleindonderzoek wordt u tenslotte voor een gesprek op school uitgenodigd, waarbij u een definitief advies ontvangt. Bij de advisering maken we gebruik van de gegevens uit ons leerlingvolgsysteem, de persoonlijkheidsontwikkeling van uw kind en het Schooleindonderzoek.
Het komt maar zelden voor dat het advies van de school afwijkt van de verwachting van de ouders en kind. Is dat wel het geval, dan hebt u het recht af te wijken van het gegeven advies. Overigens hebben ook scholen voor voortgezet onderwijs het recht om leerlingen die niet aan de gestelde norm voldoen, te weigeren. Ook dit komt gelukkig weinig voor: in goed overleg en samenspel tussen ouders en school wordt vrijwel altijd een goede keus gemaakt.
Het onderwijskundig rapport is een ander rapport dan waarvan in hoofdstuk 6.5 sprake is. Een onderwijskundig rapport wordt verstrekt wanneer uw kind de school verlaat, we zijn daartoe verplicht. Dat kan tussentijds zijn, b.v. bij een verhuizing, of aan het eind van groep 8. Het onderwijskundig rapport is bedoeld voor de ontvangende school, d.w.z. de school die uw kind zal gaan bezoeken. Uiteraard hebt u inzage in dat rapport. Het rapport is bedoeld om de overstap naar de volgende school te vergemakkelijken.
Basisscholen hebben er over het algemeen veel moeite mee de schoolprestaties van hun leerlingen te vermelden. Cijfers en getallen kunnen namelijk een sterk eenzijdig beeld opleveren. Bovendien is het zo dat niet alles in opvoeding en onderwijs in cijfers en getallen valt vast te leggen. In hoofdstuk 4 'Daar werken we voor' hebt u onze doelstellingen gelezen. Daar zijn erbij waarvan de resultaten niet in cijfers vallen weer te geven.
We streven er naar om als school de kwaliteit van ons onderwijs, en daarmee de resultaten, te verhogen. Het kind, met zijn wel en niet aanwezige gaven en talenten, blijft echter het uitgangspunt voor ons onderwijs.
Om u een idee te geven wat de uiteindelijke resultaten zijn vermelden we hier naar welke vorm van voortgezet onderwijs de leerlingen van groep 8 na het schooljaar 2010-2011 zijn gegaan: